Kranen / Cranes

20150518_170830I had originally intended to write this blog as a marketing tool, using the proceeds from my reportedly fundamental research into complexity and business. This objective has failed miserably from the outset: the subject is perceived as technical, abstract with no immediate application or use for potenital reader.

The literature I am basing my research upon is largely in the English language; potential readers of my research proceeds are not necessarily proficient in Dutch.

Dennett says it (Darwin’s Dangerous Idea, p.338) as follows: ‘Human culture .. is not just a crane composed of cranes, but a crane-making crane.’ followed by: ‘Cultural evolution operates many orders of magnitude faster then genetic evolution and this is part of its role in making our species special, but it had also turned us into creatures with an entirely different outlook on life from any other species.’.

To cut a long story short: as you may not have noticed, I am changing to writing more posts in English, because I reckon it is a better crane to build my ‘addition to human culture’ with, and so, hopefully, delivering knowledge that is more useful to others (or useful to more others), as the language itself can no longer be the hurdle.

Dit blog en ik

Waarom schrijf ik eigenlijk dit blog?

Ik ben opgegroeid op Vlieland en hoewel ik er al lang weg ben vermoed ik dat er wel enige invloed is gebleven. Tot mijn grote vreugde is niets daar namelijk elke dag hetzelfde: natuurlijke omstandigheden veranderen de omgeving zoals de natuur en de ligging van het eiland zelf. Op elk moment is alles in een soort precair, tijdelijk evenwicht. Daarnaast is er een lange traditie van wantrouwen tegen centraal gezag en meer vertrouwen in het zelf oplossen van eigen problemen, noem het liberaal of autonoom. Wat ook de achtergrond is: hoewel volledig ‘law abiding’ is enige moeite met autoriteit me niet vreemd. Tegelijkertijd ben ik een teamspeler, hou ik van organisaties en geloof ik wel in het probleemoplossend vermogen van groepen.

Ik hou niet van de ‘communis opinio’ en voorzover dat in tegenspraak lijkt met de afkeer van centraal gezag (dus een voorkeur voor decentraal gezag): het verschil is een eigen mening versus ‘gefundenes fressen’. Als laatste ben ik niet dol op franje: het gereedschap moet ook bij een beetje tegenwind blijven werken. En dat geldt ook voor een theorie of een model: op zijn minst moet de centrale gedachte overeind blijven en die mag best bij een tegenargument met een ‘workaround’ of een ‘patch’ opgelapt worden, maar moet niet verzanden in een dogma.

Waar moet het onderzoek, waar het blog verslag van doet, toe leiden?

Het ‘werkdoel’ is een indicator te vinden voor het potentiële succes van een bedrijf: je steekt de thermometer ergens in en dan weet je of het bedrijf kans heeft om te blijven bestaan of dat het vooral moet stoppen met proberen. Duidelijk is dat een bedrijf in een omgeving van andere bedrijven bestaat en van instellingen en in een wirwar van markten voor arbeid, middelen en grondstoffen. En dat dat allemaal niet los van elkaar te zien is. Analoog aan evolutietheorie past een ieder zich aan aan haar omgeving en is zelf simultaan de omgeving voor anderen. Dat leidt er toe dat bedrijven niet los van die omgeving kunnen worden gezien. Ze zijn eigenlijk een soort ‘verdichting’ in een veld van (mogelijke) voortbrengingsprocessen, noem het een economie. En een theorie voor bedrijven is dan al gauw een economische theorie, want de eerste is maar één perspectief van de tweede.

Het is duidelijk dat de vigerende economische theorie (neo klassiek) vaak niet voldoet, al was het alleen maar omdat er nog nooit een steekhoudende voorspelling mee is gedaan, zeker niet voor de toekomst. Ik kan niet met gezag zeggen dat ik de state-of-the-art in micro-economie ken, maar het uitgangspunt is dat er evenwichten ontstaan in de concurrentie tussen bedrijven. Dat is niet zo. Ik heb me nog niet verdiept in het laatste nieuws betreft de aandeelhouderswaarde theorie, maar ook daar liggen dogma’s of op zijn minst twijfelachtige aannames aan ten grondslag. Ik kan me nog herinneren dat ik macro-economie ‘hard work’ vond, omdat er niets vanzelfsprekend aan is en ik alles uit mijn hoofd moest leren om het te kunnen onthouden: hoe kun je zo een groot en veelkantig systeem nou platslaan in economische cycli en een ‘well-behaved productiefunctie’? Het is een logische theorie, maar niet de werkelijkheid. Daaraan werken is wel een radicale ‘scope creep’ ten opzichte van het oorsponkelijke plan: een economische theorie in plaats van een praktisch meetinstrument.

Waar baseer ik me eigenlijk op?

Het vinden van literatuur is niet de lastigste opgave; toegegeven het is vaak een intuïtieve keuze. Een paar sleutelwoorden zijn: ver-uit-evenwicht, complexiteit, systeem, entropie, (wan)orde, dynamica en zelf-organisatie. Dan is heel kort lezen vaak wel genoeg om het kaf van het koren te scheiden: als het riekt naar een dogma, algemeenheden of mystiek, dan levert het gegarandeerd niets op. Als het gaat over peuteren aan begrip over alledaagse dingen, liefst op een waterscheiding tussen verschillende wetenschappen dan is de kans groter dat dit de moeite waard is.

Oh en veel grote wetenschappers uit verschillende disciplines hebben wel een bijdrage geleverd aan het onderwerp complexe adaptieve systemen, buiten hun vakgebied. Kijk maar eens in de literatuurlijst bij mijn blog: nobel winnaars galore. Eigenlijk per definitie buiten welk vakgebied dan ook, want dat bestaat als zodanig niet.

Dat laatste is wel een belangrijke motivatie om dit te doen: alles wat ik lees is echt boeiend op de manier zoals de natuur dat is. Het zit vol met verrassend gedrag, al dan niet gewenst. De schrijvers hebben, zeker in het begin, vaak hun nek uitgestoken door hardop te vloeken in de kerk die hun vakgebieden waren. Denk bijvoorbeeld aan de meteoroloog Lorents die aantoonde dat deterministische vergelijkingen niet-periodiek gedrag konden vertonen, een gotspe in de 60-er jaren van de vorige eeuw.

Hoe werkt dit in mijn hoofd?

Ik heb me tot doel gesteld om die indicator te vinden, en ik heb dat niet al te concreet omschreven. Dat maakt het voorlopig tot een niet-wetenschappelijk onderzoek, omdat er niets te bewijzen, te falsifiëren of zelfs maar te kwantificeren valt. De scope van het onderzoek kan nog worden aangepast al naar gelang de bevindingen. Ik ben gaan lezen in literatuur die aan die criteria hierboven voldoet en die ik toch al wilde lezen en probeer daarin informatie te vinden die bouwstenen levert voor het model dat die indicator oplevert. Daar doe ik dan popwetenschappelijk verslag van, zie het als leesverslagen met aantekeningen.

Ik heb me afgevraagd of ik dit onderzoek niet in een academische omgeving zou moeten doen. Dat levert wel de nodige geloofwaardigheid op, infrastructuur, toegang tot allerlei bestaand onderzoek en collega’s die op zijn minst mee (of  eigenlijk tegen) lezen. Allemaal aspecten die er nu niet zijn. Dat zou natuurlijk niet kunnen met zo’n algemene formulering van het doel en de al te lichte verslaglegging. Ik zou dat dus moeten inperken en preciezer moeten schrijven en dat lukt, althans voorlopig, nog niet, omdat het aandachtsgebied eerst groter moet worden (zo groot dat het niet meer groter kan) om te weten welke spijker het blijkbaar is die ik op zijn kop moet slaan.

Intussen raakt mijn hoofd steeds voller met ideeën, noem het concepten, nee: noem het memes, die strijden om een plaats in het model en de onderlinge rangorde op basis van hun ‘fitness’. Die fitness zet ik nu alleen af tegen hun eigenschappen in relatie tot de evolutietheorie, hun dynamische eigenschappen en tegen hun wiskundige onderbouwing. Hoe ver ik kom hangt nu af van hoeveel concepten erin passen met enige ‘elbow room’ en in hoeverre zich dat kan verdichten tot een soort samenhang, een model.

De mate waarin er echt groot nieuws bijkomt begint af te nemen. In toenemende mate begin ik stukjes model te testen aan de werkelijkheid. Ik begin naar toepassingen te zoeken voor onderdelen en ik zoek naar manieren om het gedrag van complexe adaptieve systemen aan mensen uit te kunnen leggen en te illustreren. Ik zit, met andere woorden, met één been in de ontwikkeling van een theoretisch model en met het andere in de werkelijkheid en dat is ook nodig.

En als ik dan zo’n grote mond heb over de bestaande economische modellen en dat ze niet werken, of dat ze speciale gevallen zijn van een andere theorie, moet ik me dan niet gaan werpen op de state-of-the-art van die economische theorie, om daar aansluiting mee te kunnen vinden of te kunnen aantonen dat ze onverenigbaar zijn? Het is geen aantrekklijk idee om werk te steken in iets waarin ik weinig vertrouwen heb om dan uit te kunnen leggen dat ik dat niet heb. Als ik eerlijk ben zit het nog iets anders: ik denk dat ik focus verlies als mijn model niet voldoende stevig en samenhangend is om stand te houden. Ik denk dat de memes die nu mijn hoofd bevolken met complex adaptieve bouwstenen dan worden herbevolkt door uitgekristalliseerde neoklassieke economische modellen, waardoor mijn model-in-spe verwatert. Ik ga dus voorlopig liever recht op het resultaat af en ik neem het risico dat de richting vruchteloos zal blijven. Uiteindelijk zal er toch een vergelijking moeten plaatsvinden, maar dan wel voorbereid.

Hoe gaat het hierna verder?

Deze post is eigenlijk alleen maar een tussenstand, een reflectie, en niet bedoeld als mijlpaal. Die zit er wel aan te komen, want mijn literatuur over complexe adaptieve systemen raakt op. Dan houdt het dus op met comfortabele boekbesprekingen en bespiegelingen en dan moet het echt ergens heen. Eerst heb ik dan nog een paar boeken te lezen over methodes, wetenschappelijk en ook pop-, die moeten leiden tot een duidelijk en concreet onderzoek en, uiteindelijk, uitkomsten.

De vraag is welke kant op: uitgaande van mijn huidige aanpak / schrijfstijl is naast het blog een boek de aangewezen weg. Dat klinkt eerlijk gezegd als ‘kissing your sister’ in zoverre dat het dan een toepassing wordt van een model dat nog steeds niet goed onderbouwd is. Zelf denk ik, zonder ook maar enige tegenspraak te hebben gemobiliseerd, dat hoewel mijn schrijfstijl niet erg wetenschappelijk is, mijn denktrant dat wel is. Dus ik geef de moed niet op.

Aan de andere kant is het een dure oplossing om op eigen doft onderzoek te blijven doen, alhoewel ‘private research’ wel goed klinkt, vind je niet? Ergens moet toch een keer een punt worden gemaakt, maar welk concreet punt dan en in welk gremium? Zou een artikel in een wetenschappelijk blad niet een oplossing zijn, dan is er hopelijk aandacht van kritische lezers? En is de benadering dan biologisch, evolutionair, fysisch, wiskundig of economisch en wordt het resultaat fundamenteel of toegepast? En dan daarna een toegepast model om een consultancy op te bouwen of een boek of wordt het toch een faculteit?

Wat in elk geval moet gebeuren is die indicator te bouwen en te toetsen, dat was het voornemen en dan is dat afgevinkt (). Even nog 3 bruggen verder dagdromen: beter is het een logisch construct te bouwen voor een nieuwe of aangepaste ‘firm theory’ of micro economie op basis van cas inclusief een wiskundige formulering. En op die manier de ‘momentopnames’ die de huidige theorie biedt over te zetten naar video.

Padgett over zelf-organisatie

Deze post is grotendeels gebaseerd op het artikel ‘The Emergence of Simple Ecologies of Skill: A Hypercycle Approach to Economic Organisation’ van John F. Padgett opgenomen in Santa Fé Proceedings, ‘The Economy as an Evolving Complex System’.

Dit artikel is één van de sleutels voor mijn onderzoek, omdat het een antwoord geeft op de vraag hoe er samenhang kan ontstaan in activiteiten waarin die samenhang niet expliciet is. Verder bevat het geresenteerde model een voorstel voor een mechanisme waarmee lokale acties naar globaal gedrag propageren. Het model sluit aan bij mijn ‘velden van activiteiten’ (zie post Simplexity en Complicity), de Concepten van Dennett, de Memes van Dawkins, de Bucket Brigade algorithm van Holland (zie de post Inductie) en voorstellen van  Kauffman. Het model is ingebed in de evolutietheorie en geeft daarin een fundament aan het begip organisatie. Als laatste is er een hint naar een natuurlijke moraal die voortkomt uit de vorm van het proces en daar ga ik nog een post aan wijden. Lees verder Padgett over zelf-organisatie

Origins of Order

Maxwell’s Demon revisited
De demon scheidt snelle deeltjes van de langzame en laat ze toe in vat B door telkens een klep te openen als een snel deeltje in de richting van vat B gaat (vat A bevat dus steeds meer langzame deeltjes). Er ontstaat dan een tegendruk in vat B, namelijk omdat de snelle deeltjes daarin een grotere kans hebben om met elkaar te botsen. Die tegendruk kan alleen worden opgeheven als de demon sterk is: hij blijft dan snel genoeg om de klep voldoende snel open te doen om de administratie bij te blijven houden van de banen van de deeltjes in het systeem. Als de demon zwak is dan is die toenemende tegendruk een steeds groter probleem om de toegang te blijven regelen.
Lees verder Origins of Order

Kans, Tijd en Orde

In eerdere posts is het begrip entropie voorbij gekomen. En in het verlengde daarvan is het begrip tijdpijl (‘arrow of time’) besproken. Het verband tussen die begrippen is dat de tijdpijl in de richting wijst van toenemende entropie, oftewel van de entropieproductie. Entropie wordt geassocieerd met toenemende chaos en afnemende structuur, maar de correcte omschrijving is de richting van een onomkeerbaar proces. Lees verder Kans, Tijd en Orde

Eigenschappen van Adaptieve Modellen

Het doel van dit blog is een manier te vinden om te voorspellen of er discontinuïteiten te verwachten zijn bij een onderneming. De vraag is of dat mogelijk is en zo ja, hoe dan. Het doel van elke post in deze blog is een aspect van die vraag te belichten vanuit bestaande kennis over Complexe Adaptieve Systemen (CAS). Mijn werkwijze is per onderwerp te onderzoeken of die kennis zonder meer kan worden gebruikt om aan het beantwoorden van die vraag bij te dragen of dat er dan nieuwe aannames, aannames en ‘leaps-of-faith’ zijn en of er nieuwe vragen opdoemen. Het einddoel is te koment met iets concreets en werkbaars. Lees verder Eigenschappen van Adaptieve Modellen

Poised on the Edge of Chaos

Ik stel me de wereld soms voor als een landschap van allerlei mogelijke activiteiten, een kleinste eenheid van specifieke actie. Tussen sommige van die activiteiten is interactie, er wordt heen en weer gebeld, gemaild en vergaderd en allerlei materialen worden onderling uitgewisseld. Ze lijken dus een input te hebben, daar iets mee te doen en leveren één of andere output. De mate waarin ze interacteren verschilt: sommige communiceren of hun leven er vanaf hangt, andere werken geïsoleerd. Er zijn activiteiten die al lang bestaan, er komen af en toe nieuwe bij en hier en daar verdwijnt er één. Er zijn activiteiten waarvan er veel bestaan en hier en daar één die als enige die activiteit uitvoert.  Sommige zijn duidelijk aanwezig, andere zijn bijna onzichtbaar. Sommige produceren heel actief en leveren frequent een output, andere lijken op een laag pitje te staan, sommige zoeken aansluitingen, andere worden gevonden. Die activiteiten zijn soms geografisch gegroepeerd en soms verspreid. Lees verder Poised on the Edge of Chaos

Simplexity, Complicity

Het doel van deze post is om een basis te vormen voor de verklaring van het gedrag van de natuurlijke systemen waar het in deze blog over gaat. Hier en daar in de vorige posts zijn al verwijzingen geweest naar ‘swarms’, murmuration, het gedrag van bijen en mieren en in het geschrevene over bedrijven is al een aantal keer een tip van één of andere sluier opgelicht die iets te maken heeft met evolutie, leren, informatie en dergelijke. Lees verder Simplexity, Complicity

9 laws of god

In deze vijfde post van tien besteed ik aandacht aan een andere set van kenmerken van levende organismen. Het doel is om de tot nu toe gebruikte analogieën tussen natuurlijke systemen en bedrijven uit te breiden en waar mogelijk aan te scherpen. De gedachte is om uiteindelijk van de analogieën af te komen, zodat een op zichzelf staand verhaal ontstaat voor ondernemingen, waar dan hopelijk ook aan kan worden gerekend. Lees verder 9 laws of god

Grillig Gedrag

In mijn eerste post over dit onderwerp meldde ik dat zo’n systeem van een populatie in een context meestal chaotisch gedrag vertoont en dat de toekomst ervan grillig en niet te exact voorspellen is. Het is niet de bedoeling om het verhaal een mystieke wending te geven (het tegenovergestelde in feite) en daarom gaat deze post over het gedrag van deze catagorie van systemen. Het zit namelijk zo: Lees verder Grillig Gedrag