Hannah Arendt

Verantwoordelijkheid en Oordeel . Vertaald van Responsibility and Judgment . 2003 . Shocken books . NY . ISBN 90-5637-573-3

Uit Persoonlijke verantwoordelijkheid onder een dictatuur.

Gehoorzaamheid bestaat niet voor volwassenen. Wat er gebeurt is met jouw instemming.

Enkele problemen uit de moraal filosofie

Kant: den Begriff der Tugend würde klein Mensch haben wenn er lauter unter Spitzbuben wäre.

De dief gelooft ook in rechtsbescherming.

Misschien zouden we beter af zijn als we onszelf zouden toestaan ons tot de literatuur te wenden, tot Shakespear of Melville of Dostojevski, waar we de grote schurken aantreffen. Ook zijn zijn wellicht niet in staat ons iets specifieke te vertellen over de aard van het kwaad, maar ze gaan het in ieder geval niet uit de weg.

Verantwoordelijkheid versus schuld als staatsburger en afwezigheid daarvan als statenloze burger. Als je de voordelen geniet dan ook verantwoordelijk voor de nadelen maar niet schuldig eraan.

Collectieve schuld stopt als je niet langer lid bent van de groep. Niemand kan zonder groep. Je ruilt één groep inclusief verantwoordelijkheden in voor een andere.

De vraag is niet of een burger goed is maar of zijn gedrag goed is voor de wereld waarin hij woont.

Vanwege hun goddelijke herkomst zijn de regels van het christendom absoluut. De sancties toekomstige beloningen en straffen.

Socrates zegt: beter kwaad ondergaan dan kwaad aandoen. Het politieke antwoord is dat kwaad de wereld uit moet een dat kwaad geen plaats mag hebben in de wereld.

De ‘ziel’ in religieuze taal is de ‘zelf’ in seculiere taal.

Het morele argument in de vorm van een Socratische stelling om niet ‘mee te lopen’: als ik doe wat van me wordt gevraagd (als de prijs voor deelname), hetzij uit louter conformisme hetzij omdat het de enige kans is op uiteindelijk succesvol verzet, dan zou ik niet langer met mezelf kunnen leven; mijn leven zou voor mij niet meer de moeite waard zijn. Daarom onderga ik nu veel liever kwaad, een betaal zelfs liever de prijs van de doodstraf als ik tot deelname wordt gedwongen, dan dat ik kwaad die een voortaan met een boosdoener moet samenleven. Bijvoorbeeld een moord. Het is subjectief door zijn afhankelijkheid van de bereidheid om te lijden. Het geldt alleen voor mensen die expliciet met zichzelf leven, die kortom een geweten hebben. De enige seculiere activiteit die daar bij aansluit is denken als een stilzwijgende dialoog tussen mij en mijzelf. Dan kan verbeelding worden ingezet om elke handeling die wordt gevraagd te representeren. Geen enkele individuele moraal cq gedragsnormen kan ons ontheffen van collectieve verantwoordelijkheid. Want verantwoordelijkheid nemen voor dingen waar we geen schuld aan hebben is de prijs die er betalen voor het feit dat we met anderen samen leven en dat het vermogen tot handelen alleen kan worden verwerkelijkt in een vorm van menselijke gemeenschappelijkheid.

Denken en Morele Overwegingen

Het kwaad kan ontstaan uit een onvermogen om te denken. ‘ Clichés, stereotiepe frasen, zich houden aan conventionele een geijkte vormen van expressie en gedrag hebben de maatschappelijk erkende functie ons te beschermen tegen de realiteit, tegen het beroep op onze weloverwogen aandacht die alle gebeurtenissen en feiten krachtens hun bestaan opwekken. Als we voortdurend aan die oproep beantwoordden, zouden we uitgeput raken;..’ (pp 162-3). Is ons vermogen te oordelen over goed en kwaad, mooi en lelijk, dus afhankelijk van ons vermogen te denken? Valt een onvermogen om te denken samen met de afwezigheid van een geweten? Zou denken de mensen kunnen conditioneren tegen kwaad doen?

Kant heeft denken (intellect) van kennen (rede) gescheiden. Nu kan kennis (ie religie) de rede niet meer in de weg staan, maar slechts de rede zichzelf. Als dat onderscheid verband houdt met het onderscheid goed-kwaad dan moet van één ieder worden geëist dat hij denkt. Dus volgens Kant is de rede, filosofie nodig om het kwaad tegen te gaan.

‘Want het is het belangrijkste kenmerk van het denken is dat het alle doen ontbreekt, alle gewone activiteiten, ongeacht welke. .. Handelen en leven in de meest algemene zin van inter homines esse, ‘onder mijn medemensen vertoeven’ – het Latijnse equivalent voor ‘in leven zijn’ – voorkomt beslist dat we gaan nadenken’ (p 165). Het object van denken is altijd een re-presentatie, iets dat niet feitelijk maar slechts in de geest aanwezig is en dankzij de verbeeldingskracht ”present’ kan stellen in de vorm van een beeld’ (p 165). Denken gaat over verschijningsvormen: ‘.. ; zolang we met hem samenzijn denken we niet aan hem-al kunnen we wel indrukken verzamelen die later voedsel voor ons denken kunnen worden; ..’ (p 166).

Betreft een begrip dat een wolk aan verschijningsvormen vertegenwoordigt: ‘Het huis in en op zichzelf, een ‘auto kath’auto’, dat huis dat ons het woord laat gebruiken voor al deze specifieke en zeer uiteenlopende gebouwen, wordt nooit gezien, noch door de ogen van het lichaam noch door die van de geest; ieder denkbeeldig huis, hoe abstract ook, dat een minimum aan kenmerken heeft om het herkenbaar te maken, is al een specifiek huis’ (p 171).

‘Het woord ‘huis’ is zoiets als een bevroren gedachte die het denken als het ware moet ontdooien als het de oorspronkelijke betekenis ervan wil ontdekken’ (p 171).

Het ligt in zijn (de wind baan het denken) aard om uit te wissen, als het ware te ontdooien, wat de taal, het medium van het denken, tot gedachten heeft bevroren – de woorden (concepten, zinnen, definities, leerstellingen) waarvan Plato de ‘zwakheid’ en onbuigzaamheid zo schitterend aan de kaak stelt in de Zevende Brief. De bevroren gedachten zijn zo handzaam dat ze slapend kunnen worden toegepast. Als je begint te denken verandert alles in wanorde. Het gevolg is dat denken en destructieve activiteit is ‘.. voor gevestigde criteria, waarden, maatstaven voor goed en kwaad, kortom op die gewoonten en regels die we in moraal en ethiek behandelen’ (p 173). Op die manier kan denken en einde maken aan de orde en tot ‘goddeloos gedrag’ leiden. Denken is voor alle credos gevaarlijk; niet denken lijkt aanbevelenswaardig maar door ze te beschermen tegen de gevolgen van denken houden ze vast aan bestaande gedragsregels. Als ze daar niet over denken beoordelen ze nooit de inhoud ervan en zijn die gemakkelijk af te schaffen al zijn ze werkbaar door iemand die een alternatief biedt.

Wrange vruchten

‘.. en het oog van de reclamemakers* is steeds minder gericht op de behoeften van de consument en steeds meer op de behoefte van de koopwaar om in steeds grotere hoeveelheden te worden geconsumeerd’ (p 241). *the term “Madison Avenue” refers specifically to the agencies, and methodology of advertising.

Vooruitgang: ‘Op weg zijn is het doel’, maar niet omdat dit ‘op weg zijn’ een eigen schoonheid of betekenis bezat. Juist niet meer op weg zijn, stoppen met verspillen, stoppen met steeds meer een steeds sneller consumeren, op een bepaald moment zeggen dat het genoeg is, zou de onmiddellijke ondergang betekenen. Deze vooruitgang, die vergezeld gaat van het onophoudelijke tumult van reclamebureaus, heeft zich voortgezet ten koste van de wereld waarin we leven, ..’.

‘De verschrikkelijke waarheid die uit het verhaal dat in deze (Pentagon dpb) Papers wordt verteld kan worden geconcludeerd, is dat het enige duurzame doel het imago zelf geworden was, ..’ (p 242).