Konijnen en Vossen

In het voorbeeld van de vossen en de konijnen is het geheel van vossen, konijnen, gras en hun onderlinge verhoudingen duidelijk afgebakend. En wat we van ze willen weten is hun toekomst in deze afgebakende wereld. Laten we dat een systeem noemen. In deel 2 van 10 bespreek ik de analogie van deze natuurlijke systemen met ondernemingen. Om het gras te kunnen blijven zien door de sprieten, is het systeem ‘kaal gemaakt’ door details weg te laten. Over de vraag of die details belangrijk voor het voorspellen later meer. Ons nieuwe speeltje is dus een systeem.

We bepalen dit systeem als het geheel van: de konijnen en hun gedrag (eten, voortplanten, gegeten worden), de vossen en dat van hen (eten, voortplanten, doodgaan). We kunnen bepalen dat gras en haar gedrag (zich voeden, gegeten worden) daar onderdeel van uitmaakt of dat dat de ‘verwarmingsknop’ is, die de temperatuur bepaalt van de snelkookpan met vossen en konijnen erin. En er is een onderling verband tussen onze protagonisten. Dus: eten de vossen meer konijnen dan komen daar minder van en dan is dat nadelig voor de vossen zelf. En omgekeerd: als de konijnen het goed hebben en hun aantal groeit dan is dat slecht voor henzelf – via de vossen. De stand van zaken voor ieder van de deelnemers op enig moment is afhankelijk van de stand van zaken op een eerder moment en bepaalt voor een deel de stand van zaken op latere momenten: iedere status-quo is gebouwd op de ‘ruïnes’ van de vorige en zo voort.

We weten (of we zouden kunnen weten als we dat wilden) hoe snel gras groeit op basis van zonuren en regenmilimeters, hoeveel ‘konijn’ een vos per dag eet, hoeveel gras een konijn eet en hoe vaak en hoeveel en hoe vaak konijnen en vossen jongen voortbrengen. Bij een bepaalde de stand van zaken op een bepaald moment voor de hoofdrolspelers kunnen we dus uitrekenen, hoe het over een tijdje (denk generaties of seizoenen) met ze zal gaan. Zou je denken.

De meesten van ons verwachten (geef het maar toe) dat dit systeem na een paar generaties ‘proefdraaien’ met mogelijk grote uitschieters omhoog en omlaag in de populatie, naar een gemiddelde gaat. Mooi niet, tenminste, meestal niet. De aantallen vossen en konijnen zullen meestal alle kanten op gaan en de aantallen van onze hoofdpersonen zullen meestal onvoorspelbaar zijn. Dat betekent dat, hoewel we alle ingrediënten – vos, haas, gras, hun gedrag en onderlinge relaties – kennen, we niet kunnen weten wat de populatie van elk na een paar seizoenen zal zijn. Ik wed dat je die niet aan had zien komen.

Denk ter illustratie aan de wildstand in de Oostvaardersplassen. In sommige seizoenen hoor je er niets over, er wordt gegeten, voortgeplant en gestorven dat het een lieve lust is. Eens in de zoveel tijd, meestal winter of vroege voorjaar, vindt er een radicale verandering in de populatie plaats. Dat is geen terugkeer naar een gemiddelde waarvan het systeem te lang afgeweken is geweest, maar een nieuw evenwicht. Dus niet: ‘dit gebied kan 100 paarden aan, het zijn er na een gunstige periode 200, dus gaan we terug naar de ‘ideale’ 100′. Nee, de kans bestaat dat de populatie ineens naar 50 gaat. En troost je, dit staat grotendeels los van het beperkte areaal: andere populaties zoals kuddes bisons in het noorden van de VS en herten in het zuiden van Afrika vertonen hetzelfde gedrag in een minder afgeperkt leefgebied.

Dat gedrag van zo’n systeem wordt chaotisch genoemd: ondanks dat alle variabelen bekend zijn ontstaat er toch onvoorspelbaarheid ‘uit het niets’. Is dit dan toch een nuttig onderwerp? Ja dat is het. Om te beginnen is het prettig om te weten als iets niet voorspelbaar is, want dan kun je dat accepteren, je verder de moeite besparen en iets nuttigs gaan doen. En er is een sprankje hoop, je zag al dat ik in de vierde alinea het woord ‘meestal’ schreef: niet in alle omstandigheden is het onvoorspelbaar en het hoeft niet onder alle omstandigheden zo bruut te zijn. Samenvattend:

  • Het begrip systeem is een mooi speeltje waarmee je je aandacht kunt beperken tot de relevante spelers in een door dat systeem beperkte ‘ruimte’
  • Je kiest welke deelnemers onderdeel uitmaken van je systeem, wat hun onderlinge verhoudingen zijn, en welke er van buitenaf invoed op uitoefenen
  • Die ‘ruimte’ is niet altijd fysiek, maar kan ook bepaald worden door de invloed van de andere hoofdrolspelers in je systeem
  • Het gedrag van je systeem wordt bepaald door het gedrag van je hoofdrolspelers, denk in termen van hun succes. Er is een onderlinge samenhang (bijvoorbeeld eten) en er is een afstoting (bijvoorbeeld gegeten worden)
  • Als de hoofdrolspelers onderling afhankelijk zijn dan is er een gerede kans (meestal) dat het gedrag van dat systeem onvoorspelbaar is. Het varieert dus niet om een gemiddelde maar kiest steeds een nieuw evenwicht
  • De stand van zaken zoals de omvang van een populatie op elk moment hangt voor een groot deel af van de stand van zaken in eerdere momenten en kleine afwijkingen op enig moment kunnen, door die afhankelijkheid tussen generaties, in latere generaties grote afwijkingen opleveren (butterfly effect)
  • Het is intuitief dat ik vermoed dat dit systeemdenken nieuwe inzichten kan opleveren voor het denken over bedrijven als levende organismen of super organisme zoals een ecologie. De basis hiervoor is het idee van de hoofdrolspelers in een gemeenschappelijk speelveld met een onderlinge afhankelijkheid.

Tot zover de roze vlinders, nu de kritische noten:

  • Waarin zit die analogie tussen dit soort systemen met bedrijven? Het lijkt vooral te maken te hebben met die wisselwerking, dus het is bezig met zichzelf uit te roeien en tegelijkertijd met zichzelf te versterken of te verbeteren.
  • Wie speelt in dit systeem de rol van de onderneming: is dat de vos, de hele vossenpopulatie, het konijn of haar populatie? Dat lijkt niet analoog, omdat ondernemingen en hun klanten over het algemeen met elkaar samenwerken en niet van elkaar stelen.
  • Wat is de analogie met de rol van het gras in onze fabel? Is zij een onderdeel van het gekozen systeem of een externe factor? Ik kies voor het laatste en schat haar rol eerder in als een temperatuurknop voor de pan dan als een ingrediënt erin.
  • Een mogelijk ventiel om dit idee voorlopig in stand te houden is dat de konijnenpopulatie de druk nodig heeft om de genetische kwaliteit te verbeteren. En omgekeerd evenredig hebben de vossen ook de konijnen nodig anders gingen ze wel gras eten. En dus leveren ze in een bot proces een bijdrage aan elkaars evolutionaire verbetering. Maar of we dat nou ook meteen samenwerking moeten noemen? Dat is alsof een inbreker een nuttige bijdrage zou leveren aan de beslissingsprocedures over kapitaalgoederen van bedrijven en gezinnen.
  • Zo’n ander mogelijk ventiel is als zulke ‘strijdende’ populaties zich binnen de onderneming bevinden. Dat betekent dat één groep zich sterk maakt voor het verzetten van de bakens, bijvoorbeeld door verandering van de bedrijfsactiviteiten, terwijl de andere naar binnen gericht is en zich sterk maakt voor behoud van de status-quo van de huidige activiteiten. Die twee groepen zijn dan in een continue strijd verwikkeld die steeds nieuwe evenwichten oplevert als uitkomsten van die balanceeract van die twee groepen.
  • Dat lijkt een politiek speelveld op te leveren, wat in de context van ondernemingen een grappige uitkomst is, maar niet bepaald een sine-qua-non voor een succsvol bedrijf. Om dan nog heel even door te filosoferen (hou vol): het kan ook gaan om ideeën die strijden om de voorkeur. Die discussie kan zich prima afspelen in de hoofden van de medewerkers en dat hoeft dus niet meteen een politiek strijdtoneel op te leveren waar de beslissingen per democratische stemming moeten worden genomen.
  • Zonder dat dit nou meteen een verblindend inzicht heeft opgeleverd, bestempel ik deze ‘train-of-thought’ toch niet meteen als vruchteloos. Wordt dus vervolgd!

Gepubliceerd door

dpbruin

PhD Candidate The Firm as an Emergent Phenomenon